De boogschutters van Palmyra

zondag 16 augustus 2015 |  Avshalom Kapach
Een aantal weken geleden veroverde Islamitische Staat in Syrië de Bijbelse oasestad Palmyra. De media sprongen er bovenop uit angst dat de islamisten de ruïnestad met de aardbodem gelijk zouden maken.

Palmyra wordt in de Hebreeuwse Bijbel Tadmor genoemd. Tadmor lag ooit aan een belangrijke karavaanroute. De betekenis is afgeleid van het Hebreeuwse woord ‘tamar’ (dadelpalm), dat in het Grieks ‘palmyra’ is.

In de 3e eeuw n. Chr. floreerde Tadmor onder de heerschappij van Zenobia. Haar Aramese naam was Bat Zabbai. Ze was de tweede vrouw van stadhouder Septimius Odaenathus. Tadmor was een koninkrijk tussen Rome in het westen en Perzië in het oosten. Vanwege de economische en strategische betekenis van de stad slaagde Zenobia erin haar heerschappij in de regio stevig te vestigen.

Ook in de Joodse geschiedenis komt Tadmor voor. ‘En Salomo trok op tegen Hamat-Soba en veroverde het. Hij versterkte Tadmor, dat in de woestijn ligt, en de steden die hij in Hamat had laten bouwen om er voorraden op te slaan’ (II Kronieken 8).

Flavius Josephus beschrijft in zijn boek ‘De oude geschiedenis van de Joden’ hoe Salomo de stad Tadmor uitbreidt. Hij schrijft: ‘Hij (Salomo) was onderweg in het noordelijke gedeelte van de Syrische woestijn en veroverde en stichtte daar een nieuwe stad. De reis naar die stad duurde twee dagen vanuit Syrië, en één dag vanuit Eufraat. De stad was zes dagmarsen van Babylon verwijderd. Nadat koning Salomo de stad stevig ommuurd had, noemde hij die Tadmor. Zo wordt de stad tot op heden genoemd, en door de hellenisten Palmyra.’

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het juli/augustusnummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.