Hebreeuws, tussen traditioneel en eigentijds

woensdag 27 mei 2015 |  Ludwig Schneider
De geschiedenis van de moderne Hebreeuwse literatuur is direct verbonden met de wedergeboorte van de Hebreeuwse taal. Het Zionisme streefde er vanaf het begin naar om de Hebreeuwse taal, het Ivriet, tot leven te brengen. Dit was essentieel voor het scheppen van een 'nieuw thuis' voor alle Joden die over zoveel landen, talen en culturen verspreid waren. In 1948 werd de belangrijkste mijlpaal gezet: de stichting van de Staat Israël en de erkenning van Israël door de Verenigde Naties.

Het Hebreeuws was bijna tweeduizend jaar voornamelijk gebruikt als de taal van de Joodse religie. Het werd allang niet meer gebruikt als omgangstaal. Toch werd deze dode taal uit Bijbelse tijden het belangrijkste middel bij het vormen van een eigen identiteit van de Joodse Staat. De Babylonische spraakverwarring van alle Joden kon alleen ongedaan worden gemaakt met een eenheidstaal. Dat werd Ivriet.

De uit Litouwen afkomstige letterkundige Eliezer Ben Yehuda had reeds in 1879 in zijn opzienbarende artikel 'Eine Bedeutende Frage' ('Een belangrijke vraag') een pleidooi gehouden voor een nieuw Joods begin in Eretz Yisrael. De vernieuwing van het Hebreeuws beschouwde hij als de sleutel. Let wel: dit was achttien jaar voordat het eerste Zionistencongres van Theodor Herzl in Basel plaatsvond.

Lees het gehele artikel in het meinummer van het Israel Today Magazine.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.