De zonen van Manasse komen naar huis vanuit India

Tuesday, January 06, 2015 |  Dina Hungerbühler
Zij noemen zichzelf Bnee Menasje (zonen van Manasse) en hebben een lange geschiedenis. Meer dan tweeduizend jaar geleden woonden ze in het oude Israël; nu zijn zij een etnische minderheid in Noordoost-India. Hoewel hun Joodse afkomst wordt betwist, komen de zonen van Manasse nu terug naar het beloofde land.

Het is eind 2014. Met blauw-witte vlaggen worden vijftig Indiase immigranten op de luchthaven Ben Goerion onthaald en warm welkom geheten door de minister van Immigratie, Sofa Landver. Ze beginnen een nieuw leven in het beloofde land en maken deel uit van de 550 oliem chadasjiem (nieuwe immigranten) uit Noordoost-India, die dit jaar naar Israël kwamen.

In totaal keerden tot op heden ruim tweeduizend leden van de stam Manasse terug uit de diaspora; een teken dat de profetieën over de terugkeer van de tien verloren stammen werkelijkheid worden. De Bnee Menasje beschouwen zichzelf als de vertegenwoordigers van de stam Menasse, een van de stammen die na de val van het noordelijke Tienstammenrijk uit het heilige land werden verdreven.

Het zal niet makkelijk zijn voor deze mensen om hun leven in het moderne Israël weer op te bouwen. Daar komt bij dat niet iedereen in Israël ervan overtuigd is dat de ruim negenduizend Bnee Menasje in India, werkelijk Joods zijn. Net als de Falasja’s uit Ethiopië, die gefaseerd naar Israël kwamen, moeten de nieuwe immigranten uit India zich eerst bekeren tot het rabbijnse Jodendom.
Er is niet alleen verzet vanuit religieuze hoek. Sommige Israëli’s beschouwen de Bnee Menasje als economische vluchtelingen.

Het verhaal van de zonen van Menasse leest als een roman. Het begint met het uiteenvallen van het noordelijke Tienstammenrijk in 721 v. Chr., toen de Assyriërs Israël binnenvielen. Volgens de mondelinge overleveringen van de stam, was er sprake van een hard leven ten tijde van de slavernij in het land Assyrië.

Op zoek naar een veiliger onderkomen vluchtten de nakomelingen van Menasse uit het gebied dat nu Afghanistan heet over de bergketen Hindu Kush naar Tibet. Vandaar trokken zij verder in verschillende richtingen om hun geluk elders te beproeven, en zo kwamen zij volgens de overleveringen terecht in Vietnam, Maleisië, Thailand en zelfs op de Filippijnen. Een aantal van hen streek neer in India, waar zij in grotten woonden.

Lees het gehele artikel in het januarinummer van het Israel Today magazineword abonnee!

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.