Op de Tempelberg: Gewoon je lippen niet bewegen

woensdag 2 augustus 2017 |  Tsvi Sadan
Dinsdag, op Tisha be'Av, de gedenkdag voor de vernielde tempels, hebben meer dan duizend Joden de Tempelberg bezocht, een bezoekersrecord. Wanneer Joden de Tempelberg willen bezoeken, moeten ze tevoren verklaren, geen gebed uit te spreken op de berg. Ook het bewegen van de lippen is verboden. Wie zich niet aan deze regels houdt, moet de berg verlaten. Men mag alleen over de Tempelberg lopen in een groep, die door agenten wordt begeleid en met een videocamera wordt gefilmd, zoals in de video te zien is.

In onze Jeruzalem-editie van Israel Today schreef Tsvi Sadan over zijn bezoek aan de Tempelberg:

Eigenlijk ben ik de laatste die het over het Tempelplein zou mogen hebben. Ik was tot voor kort al veertig jaar niet meer op het plein geweest. Op Facebook heb ik nu een foto geplaatst van mijn bezoek aan het Tempelplein. Die foto vraagt eigenlijk om een uitleg van duizend woorden. Ik zal in dit artikel proberen om mijn ervaring in het kort te omschrijven.

Bij de ingang van het Tempelplein worden Joden als eerste binnen gelaten. Daarna volgen de toeristen. Wees niet meteen gepikeerd, het heeft niets te maken met voortrekkerij. Wij, Joden, mogen als eerste naar binnen omdat de politie ons moet controleren. Het gaat om de veiligheid. Na de controle wordt ons verteld wat is toegestaan en wat verboden is op het Tempelplein. De toeristen hebben ons in de tussentijd ingehaald.

Omgeven door talloze Israëlische politieagenten mogen wij nu het plein op. Elke Jood wordt vergezeld door een politieagent. Wij moeten in de groep blijven. De route is voor ons bepaald, niemand mag naar rechts of links uitwijken. Een politieagent filmt ons. Dit filmmateriaal gaat na ons bezoek naar de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet. Ik vraag aan de politieagenten of zij ons beschermen tegen de aanwezige Arabieren of dat zij de Arabieren moeten beschermen voor ons? De agenten begrijpen ons niet goed. De meesten zijn Druzen of moslims. Ik zie ook een Joodse politieagent. ‘Kadima!’, roepen ze. Doorlopen! Hun taak is duidelijk: alles moet snel en volgens schema verlopen.

Hoewel het Tempelplein Joods is, is het slechts voor korte tijd geopend voor Joden. Onze korte wandeling loopt langs de grens van het Heilige der Heilige van de Joodse Tempel. De moskee op de Tempelberg komt ons vreemd voor, het is alsof we haar zien door verduisterde vensters. Overal rond het plein zien we bergen bouwafval. Palestijnse kinderen spelen voetbal op het plein en families zijn er aan het picknicken. Moslims kunnen zich vrij bewegen op het Tempelplein. Zij hebben acht poorten om naar binnen te gaan en het plein weer te verlaten. Voor Joden is er slechts één poort, en die is het grootste deel van de tijd gesloten.

Aan de oostzijde van het Tempelplein staat Mosje, onze orthodox-joodse leider, plotseling stil. Op zachte toon zegt hij: ‘Wij staan voor Jachin en Boaz.’ Zo heetten de beide zuilen aan de ingang van de Tempel. Mosje bidt stil, zonder zijn lippen te bewegen. Wanneer lippen bewegen wordt dit gezien als teken dat iemand bidt. En dat is strikt verboden! Doe je het toch, dan word je direct gearresteerd of van het Tempelplein verwijderd. Ik zie hoe een politieagent een Jood filmt die helemaal stil staat. Hij is waarschijnlijk in stilte aan het bidden, maar zonder dat dit te zien is. Op de weg naar de uitgang zie ik hoe een politieagent twee Joden aanspreekt die geen religieuze hoofdbedekking dragen. Hij wil weten waarom zij zich hebben aangesloten bij een religieuze groep. Zij hadden zich toch als seculiere Joden kunnen aansluiten bij de groep toeristen? Deze man begrijpt werkelijk niets van de onrustige Joodse ziel.

Het is waar, wij zijn de machthebbers. Het Tempelplein is in onze handen! Wie de geboden en verboden op het Tempelplein niet in acht neemt, wordt gestraft volgens de Israëlische wetgeving. De staat Israël is de uiteindelijke autoriteit op het Tempelplein, maar gedraagt zich als een nederige en angstige meester, alsof het Tempelplein een kruitvat is in het Midden-Oosten.

Israël loopt als machthebber en autoriteit op eieren. Een heerser die het leven zuur maakt van de eigen onderdanen die zich voor het Tempelplein inzetten. Een autoriteit die niets onderneemt tegen provocaties van moslims. Een staat die maandelijks de salarissen van religieuze Waqf-bewakers overmaakt aan Jordanië, die hun salaris uitbetaalt omdat Jordanië de ‘hoeder van het moslim-heiligdom’ is. Intussen houdt Israël zichzelf voor de gek, en verspeelt het land daardoor zijn rechten. Het is een autoriteit die werkelijk niets begrijpt van de onrustige Joodse ziel.

Dit artikel is gepubliceerd in het juninummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.